Het is weer toegestaan om jou in mijn praktijkruimte te ontvangen, onder strikte voorwaarden: jij of je eventuele huisgenoten mogen geen klachten hebben, die op het coronavirus kunnen wijzen, ik ontsmet alle contactoppervlakken voor en na ieder contact, geef geen hand en houd 1,5 meter afstand. Ik verzoek je om van tevoren je handen te wassen of ontsmetten.
Mocht je toch liever een online of telefonisch consult willen, dan kan dat natuurlijk ook nog steeds.

Hoe stel je je grenzen?

Om je grenzen goed te kunnen stellen zijn kwaliteiten, inzichten en vaardigheden nodig. Als je dat nog niet gedaan hebt, raad ik je aan om het artikel ‘Wat is grensoverschrijdend gedrag?’ eerst te lezen. Daarin leer je je grenzen beter kennen. Dan kom je meer beslagen ten ijs.

Ik begin in dit artikel met de kwaliteiten die je nodig hebt. Daarna geef ik tips voor wat te zeggen en te doen of juist vermijden, in verschillende situaties.

Het is beter om sommige kwaliteiten naar de achtergrond te verplaatsen, en andere naar de voorgrond, als het nodig is om grenzen te stellen. Dat leg ik eerst hieronder uit. Ik gebruik hier de woorden hij en zij door elkaar.

Vijanden van begrenzen

Begrip, empathie en tolerantie zijn in mijn ogen de vijanden van begrenzen. Het zijn prachtige kwaliteiten, maar niet als je ze gebruikt vóórdat je je grens hebt gesteld. Ik wil dat even uitleggen.

Begrip:

Als je het grensoverschrijdende gedrag van de ander goed begrijpt, je weet waar het vandaan komt (bijvoorbeeld hij is niet gezien door zijn vader) en je weet of denkt dat hij er niets aan kan doen, dan loop jij gevaar. Je begrip bedekt dan als een dekentje zijn onacceptabele gedrag. Maar bij iedereen die over jouw grens gaat, mag jij je grens stellen. Sterker nog, je bent het aan jezelf én aan de ander verplicht om beschadigend gedrag te stoppen. Dat kan de ander zelfinzicht geven en zelfs uit haar destructieve emotie, gedachten en gedrag bevrijden, ook al wordt het in eerste instantie misschien niet op prijs gesteld. Ook en juist als ze er (nog) niets aan kunnen doen, zoals bij je kinderen, mensen die beschadigd en psychisch/emotioneel labiel zijn en mensen met persoonlijkheidsstoornissen.

Wat ook een hindernis is om je grenzen te stellen is denken dat je ‘begrijpt’ dat hij het niet zo bedoelt. Ten eerste: hoe weet je dat? Veel (onbewuste) mensen wíllen jou kwetsen als ze zich om wat voor reden ook door jou gekwetst voelen of zelfs om een reden die niets met jou te maken heeft. Als ze het echt niet willen, zouden ze het niet doen.

Ten tweede: het kan waar kan zijn dat hij het niet zo bedoelt, maar dat doet er op dat moment niet toe: je hebt met het gedrag te maken, niet met de intentie. 

Ik vind het dus een terechte vraag als je stelt: ‘Als je het niet zo bedoelt, waarom doe/zeg je dat dan?’ Met ‘ik bedoelde het niet zo’ kun je de verantwoordelijkheid voor je gedrag en de gevolgen daarvan ontlopen.

Empathie:

Je kunt je haar pijn zo goed voorstellen, die onder haar woede ligt, want ‘haar moeder heeft haar in de steek gelaten toen ze een jong kind was’, dat je haar scherpe afwijzingen met de mantel der liefde bedekt. Ten koste van jouw welzijn. ‘Maar dan heb je wel nog harmonie en een relatie’, denk je. Maar helaas is dat niet waar, want zij heeft dat met die snauw al kapot gemaakt, en bovendien is de harmonie en relatie met jezelf verstoord als je niet voor jezelf opkomt. ‘Maar is het niet egoïstisch om voor mezelf te kiezen, want zij is zo zielig?’ Nee, het is goede zelfzorg. Je hoeft je niet schuldig te voelen als je je grens trekt bij iemand die jou slecht behandelt.

Tolerantie:

Herken je iets in de volgende uitspraken/gedachtegangen? Je vindt het niet zo erg dat hij je regelmatig uitscheldt, want hij zegt altijd sorry achteraf en dan gaat hij het weer heel fijn goedmaken. Hij is eigenlijk diep van binnen een goeie man, hoor! Of deze: ‘Hij slaat me maar 1 x per maand met m’n kop tegen de verwarming!’ En ach, je pikt het wel, dat zij je gebruikt en manipuleert, want je kunt daar goed mee omgaan en vaak is het gewoon gezellig. ‘Het is niet erg om steeds haar zin te doen, want tsja, het geeft zoveel onnodige spanningen als ik het niet doe. Ik wil niet steeds zo moeilijk doen en ik vind toch alles wel best.’

Is dat zo? Is het werkelijk niet erg als je veel kunt verdragen van zijn of haar liefdeloze gedrag? Of denk je dat je juist veel kunt leren in een situatie van geweld, namelijk sterker worden? Of wil je hem of haar niet ‘in de steek laten’? Maar wie laat je eigenlijk in de steek?

Bondgenoten van begrenzen

Als er over je grens gegaan wordt, gooi dat begrip, die empathie en tolerantie dus tijdelijk overboord! Voor goede begrenzing zijn de kwaliteiten zelfrespect, zelfliefde en helderheid nodig. Een gebrek daaraan speelt een grote rol, misschien wel de belangrijkste.

Zelfrespect zegt:

Ik doe er toe! Ik acht mezelf van waarde. Ik ben van betekenis. Ik ben geen speelbal, stoeipoes, of gebruiksvoorwerp. Mijn mening en gevoelens zijn waardevol. Ik eer mezelf zodanig dat ik eis dat ik te allen tijde met respect behandeld word en zal er alles aan doen als dat niet gebeurt. Kun je dat zeggen? Waarom niét?

Zelfliefde zegt:

Ik gun het mezelf om me altijd goed te voelen! Ik verdien niets dan liefde.

Als je het zielig vindt voor de ander als jij nee zegt, maar niet zielig voor jezelf als je ja zegt, dan zul je niet goed grenzen kunnen stellen, sterker nog, je stelt ze niet. Of je voelt je er zo onzeker over, dat je wel één keer nee kunt zeggen, maar als de ander iets langer aandringt ga je omver. Als je dit herkent, bedenk dan dit: Een nee naar de ander is een ja naar jezelf.

Helderheid zegt:

Dit is wie ik ben en dat is wat ik wil! Dit zijn mijn standaarden en waarden. En dit is mijn grens en daar sta ik volledig achter. Je bent dan niet meer vatbaar voor manipulatie, indoctrinatie, misbruik en veroordelingen.

Als deze kwaliteiten onvoldoende in jou zijn ontwikkeld, kun je dus te weinig assertief zijn, of je bent te scherp, of je gaat schreeuwen! Dan zit er een lading bij van een ongeheelde emotionele wond van vroeger, toen je onvoldoende gehoord, gezien of gerespecteerd werd. Dan geloof je diep van binnen nog de negatieve zelf-overtuiging die toen ontstond, zoals ‘ik doe er niet toe’.

Je kunt hier zelfinzicht over krijgen als je kwaad wordt, bijvoorbeeld als iemand je afsnijdt in het verkeer. Hoe interpreteer jij dat gedrag? Wat lijkt die persoon over jou te zeggen? Iets als: ‘ Ik heb schijt aan jou’, of iets dergelijks? Kijk dan wat je kunt doen om die overtuiging los te laten.

We komen er dus sowieso niet onderuit dat ons gevoel van eigenwaarde goed genoeg moet zijn, dat we onze standaarden moeten weten en, zoals eerder in dit artikel genoemd, en dat we onze grenzen moeten kennen, om goed onze grenzen te kunnen stellen. Je moet absoluut zeker weten dat jouw grens overschreden wordt en dat je dat niet wilt. Pas met het bewustzijn dat je dan hebt, komen je begrenzingen sterk over en zal de ander daarnaar (moeten) luisteren. Doet hij of zij dat dan nog niet, dan trek je rustig doch ferm je conclusie en accepteer je de consequentie, door jezelf uit die situatie te halen. Hier kun je ook afspraken over maken.

Handvatten om goed je grenzen te kunnen stellen

Stel dat je voldoende zelfrespect, zelfliefde en helderheid hebt, of je oefent jezelf daarin, dan zijn er wel wat handvatten waar je wat aan kunt hebben. Je hebt er vaak ook moed voor nodig. De moed om de relatie ‘op het spel’ te zetten. De moed om het risico te lopen dat de ander boos wordt of zelfs bij je weggaat. Met andere woorden: de moed om alleen te staan.

Ik ben gaan nadenken over hoe ik zelf begrensd zou willen worden als ik (onbewust) grensoverschrijdend gedrag zou vertonen. Het is voor de meesten van ons best kwetsbaar om geconfronteerd te worden met ons gedrag. We zijn gevoelige wezens en we moeten ons veilig voelen om het echt goed te kunnen horen. Je wilt niet veroordeeld worden. Die ander dus ook niet. Zo kwam ik op de volgende tips:

Begrenzen als je nu ter plekke je grens moet of wilt stellen
  1. Benoem het grensoverschrijdende gedrag (bij geweld) en zeg met stemverheffing: ‘Stop daarmee, dit is niet oké!’ Of: ‘Dat vind ik niet fijn!’ ‘Ik wil dit niet!’ ‘Ik accepteer dit niet!’
  2. Bij minder ernstige situaties: Vraag: ‘Wat ben je aan het doen?’ . Dat kan de ander al wakker schudden. Dit kun je soms ook met wat humor doen: ‘Je bent toch niet aan het mopperen heh?’. Dat haalt de angel er vaak al uit.
  3. Leg uit hoe het gedrag voor jou is met een ik-boodschap: ‘Het voelt over mijn grens’. Benoem wat het met je doet, hoe je je voelt. ‘Het voelt niet zo fijn’. (Of welk woord maar bij jou past.) Daar kan de ander niet tegenin gaan en zo veroordeel je de ander niet (dat geeft ellende).
  4. Weet zeker dat je dit gedrag nu en nooit (meer) wilt, dat het jou geen goed doet, dat je er geen zin (meer) in hebt, of dat je er genoeg van hebt. Dan ben je niet meer vatbaar voor: ‘Ach, die ene keer..’, of ‘Zo erg is het toch niet…’, of: ‘Ja maar ik….’ Met andere woorden: je bent niet meer manipuleerbaar.
  5. Laat je nooit afschepen met ‘Jij bent ook zó gevoelig!’ Of ‘Wat doe jij toch altijd moeilijk!’
  6. Ga over waar jouw grens ligt dus nooit in discussie. Je grens ligt vast, daar kun je niets aan doen. Je ‘een beetje’ laten misbruiken kan niet. Misbruik is misbruik. ‘Een beetje’ geweld maakt dat geweld niet minder grensoverschrijdend en dus acceptabel. Ook niet als het misbruik of het geweld niet zo vaak (binnen de relatie) voorkomt. Dat is nog steeds niet oké.
  7. Leg uit wat je wel wilt van die persoon. En weet zeker dat je dat wel wilt. Pas als je zeker weet wat je wel en niet wilt, kun je stap 8 uitvoeren:
  8. Geef aan wat de consequenties zijn als het gedrag niet stopt en houd je daaraan.
Grenzen stellen als iemand iets van jou wil en je wilt het niet geven
  1. Reageer begripvol en empathisch als dat voor jou klopt in de context. Zeg dat je begrijpt dat hij/zij dat wil/nodig heeft.
  2. Zeg dan duidelijk dat het voor jou niet goed voelt en dat je het niet wilt.
  3. Geef geen argumenten. Dan geef je de ander ook geen kans om te proberen je over te halen met tegenargumenten.
  4. Als hij/zij dat toch probeert, zeg dan: ‘Het enige dat je nu hoeft te weten, is dat ik het niet wil’. Of: ‘Ik hang nu op, fijne dag!’
  5. Als je het moeilijk vindt om meteen een goed antwoord klaar te hebben, zeg dan dat je er even over wilt nadenken, of overleggen, en dat je er later op terugkomt.
  6. Als de ander dwingend wordt, herhaal dan je standpunt, als een kapotte grammofoonplaat.
Grenzen stellen in een situatie met een dierbare of een ander belangrijk persoon, wat je achteraf kunt doen
  1. Als je boos bent, of getriggerd, doe dan eerst wat huiswerk door de volgende vragen te beantwoorden: Wat raakt jou zo bij het betreffende gedrag van de ander? Hoe voelt het? Heb je iets soortgelijks als kind meegemaakt?
  2. Erken dit gevoel en accepteer het. Het raakt waarschijnlijk aan jouw ‘hechtingswond’. Dit haalt de angel eruit.
  3. Bevestig voor jezelf dat dit gedrag over jouw grens was en voel wat deze bevestiging met je doet. Dit maakt het veilig in jezelf, want je komt innerlijk al voor jezelf op.
  4. Ga bij jezelf na wat je behoefte is, wat je zou willen dat de ander doet of wat je liever had gehad hoe hij of zij zich had gedragen.
  5. Laat je veroordeling los, zowel naar de ander als naar jezelf, mocht je die nog hebben.
  6. Als je dit alles gedaan hebt, ben je kalm en sterk genoeg om het gesprek aan te gaan.
  7. Zeg dat je iets wilt bespreken, omdat jou iets dwars zit en vraag of dat oké is voor de ander. Zo ja, leg eerst de situatie uit en wat je daarbij voelde, hoe het op jou overkwam. Als de context klopt zou je de link met jouw verleden kunnen noemen. Vermijd te praten over wat je van dat gedrag vond.
  8. Vraag: Kun je je dat voorstellen? Je betrekt nu die ander rechtstreeks bij jouw gevoel en creëert daarmee een ‘gevoelsbrug’. Dit geeft meer een ‘samen-gevoel’ en voorkomt een ‘tegen-elkaar-gevoel’.
  9. Dan benoem je wat je liever had gehad in het gedrag van de ander of wat je nu of in de toekomst graag zou willen, maar dat dat niet hoeft. Volgens de ‘Geweldloze Communicatie’, ontwikkeld door Marshall Rosenberg, die deze stappen heel goed uitlegt, is het nu belangrijk dat je de ander hier helemaal vrij laat in of hij/zij dit wel of niet wil doen.
  10. Als je op deze manier assertief bent geweest, ontstaat er als het goed is in jou de ruimte om naar de ander te luisteren.
Grenzen stellen in een situatie met iemand met narcistische persoonlijkheidsstoornis (NPS)

Een situatie met iemand die lijdt aan NPS is echt een aparte, unieke situatie, die extreem is en ook echt zo gezien moet worden. Je te positieve mensbeeld moet wijken. Anders loop je gevaar.

De beste begrenzing is weggaan. Hoe eerder hoe beter. Een relatie met iemand met NPS is zeer giftig. Je zult er langzaam aan onderdoor gaan. Zij zijn meesters in grensoverschrijding, soms subtiel, soms heel grof. Verwacht niet dat ze met een goed gesprek tot rede te brengen zijn. Ze kunnen je niet horen en ze kunnen niet veranderen. De enige manier die werkt om je grens te stellen is door hun brein te herprogrammeren door ze een optie te geven. Je zegt: ‘Of je stopt nu met dit gedrag, óf ik ga weg.’ Zij mogen kiezen. Je moet sterk genoeg zijn om dan ook echt weg te gaan. Maar ook al zou je dit perfect doen en het zou werken, de relatie wordt er toch niet leuker op.

Maar als (je) dat om één of andere reden (nog) niet kan, kun je om jezelf zoveel mogelijk te beschermen het beste de volgende tips opvolgen. Sommige lijken op het eerste oog hard, maar ze zijn stuk voor stuk noodzakelijk in deze situatie. Ze zijn niet zo gemakkelijk, vooral als je al langere tijd (jaren) onder de invloed staat van iemand met deze stoornis. Maar als je jezelf erin traint, zal het je op een gegeven moment lukken. Dat voelt én als een verlies (je verliest de illusie van een emotionele band) én krachtig. Je krijgt jezelf weer terug.

Alle tips zijn erop gericht om uit de schadelijke dynamiek te blijven, waarin jij wordt gebruikt als narcistische voorraad. Dit is je belangrijkste begrenzing. Als het lukt, zul je merken, dat je achteraf geen hele verhalen meer in je hoofd krijgt over de ontmoeting, maar dat je vrij bent. Het gaat niet vanzelf, dus bereid je heel goed voor. Doe je dat niet of onvoldoende, dan zul je automatisch reageren vanuit de oude patronen. Maar wees altijd mild voor jezelf als het niet goed lukt.

  1. Voordat je hem ontmoet, zeg tegen jezelf: ‘Ik ben sterk en houd de controle’. Herhaal dat als een soort mantra en voel het in je lichaam.
  2. Wees een ‘ grijze rots’: daar kan je tegenaan trappen, die kan koud, nat, warm worden, maar die reageert niet. Die vat niets persoonlijk op.
  3. Observeer, niet absorbeer: observeer het gedrag, zonder iets binnen te laten komen.
  4. Haar manipulatie is gif, slik het niet in.
  5. Onthecht emotioneel: vertel niets persoonlijks meer over jezelf, verwacht geen emotionele verbinding, oprechte interesse of empathie.
  6. ‘Trek een witte jas aan’ (doe alsof je als psychiater een bezoek komt afleggen en observeer).
  7. Zie hoe hij een reactie probeert uit te lokken: kijk naar de blik in zijn ogen, zijn lichaamstaal, zie hoe hij het doet.
  8. Blijf aanwezig en verankerd in je lichaam, let op je ademhaling.
  9. Raak niet overstuur bij beledigingen en dergelijke, dan neem je het gif in. Zeg bijvoorbeeld alleen: ‘Je hebt het recht om een verkeerd beeld van mij te hebben.’. 
  10. Praat rustig, blijf ontspannen.
  11. Blijf uit contact (‘detached’) en wees trots op jezelf als dat lukt.
  12. Worstel nooit met een varken: je wordt vies en verliest (= ga nooit in discussie en probeer hem of haar nooit te overtuigen).
  13. Laat je niet in haar drama en argumenten trekken: ga niet redden, spreek haar nooit tegen, zeg alleen: ‘Ik zie dat anders.’ En wees je bewust van haar verantwoordelijkheid voor haar eigen leven, hoe moeilijk ze het ook (gehad) heeft.
  14. Probeer uit alle macht de controle over je emoties te houden. Anders raak jij uit balans en het heeft totaal geen zin. Het is slechts narcistische voorraad.
  15. Reageer niet: kijk en luister nieuwsgierig, alsof je naar een video kijkt.
  16. Als je toch in een emotie schiet, loop dan onmiddellijk even weg en kalmeer jezelf.
Tot slot

Wat vaak gebeurt, is dat begrenzen met een lading van boosheid of irritatie gebeurt. Soms is dat als eerste reactie nodig. Er is niets mis met boosheid als de ander over jouw grens gaat. Maar het wordt wat anders als jij of de ander boos blijven of als er agressie of venijn bij komt. Dan ben je de persoon aan het veroordelen, of hij/zij jou. Dat is niet meer gezond. Ook mensen met narcistische persoonlijkheidsstoornis veroordelen heeft geen nut. Je hebt er zelf het meeste last van. Het is zeer verleidelijk, dat wel! Maar rustig en duidelijk afstand nemen, emotioneel en zoveel mogelijk fysiek, is al genoeg.

In andere gevallen voelt het het fijnst om weer je kwaliteiten begrip, empathie en tolerantie in te zetten, nadat de ander jou gehoord en begrepen heeft toen je je grenzen stelde en als hij/zij probeert zich aan jouw grenzen te houden. Of bij onbekenden waar het eigenlijk niet zo belangrijk is dat ze een keertje over je grens gaan. Voelt het niet prettiger om iets te denken als ‘zij had haar dag niet’ of ‘hij was met z’n aandacht ergens anders’, dan te blijven mopperen en schelden in je hoofd?

Er is immers Nu geen enkele reden om geen vrede te voelen!

Liesbet Scager, december 2019

———————————————————–

lees ook:

Wat is grensoverschrijdend gedrag?

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meld je aan

Ontvang nieuwe artikelen direct per mail als ze verschijnen.

Meld je aan

Ontvang nieuwe artikelen direct per mail als ze verschijnen.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Print Friendly, PDF & Email