Ga terug naar overzicht

Print Friendly, PDF & Email

Waarom beklijft er niets? Oftewel psychische bodemloosheid

Herken je het volgende? De inzichten die je krijgt, hoe helder of diepgaand ook, geven geen verandering in jou of je vergeet ze weer. Of de meditaties of mindfulness-oefeningen die je doet geven geen positieve verandering in je gevoel. Of je probeert serieus om bijvoorbeeld je oordelen los te laten, maar ze komen steeds net zo hard weer terug. Niets wat je doet om jezelf op persoonlijk en spiritueel gebied te ontwikkelen beklijft goed. Er verandert misschien wel een klein beetje, maar het is nog niet echt de wezenlijke verandering waar je op hoopt en die je misschien bij anderen wel ziet gebeuren. Het is alsof je maar moeizaam vooruit gaat.

Psychische bodemloosheid en motivatie

Als het bovenstaande op jou van toepassing is, kan het zijn dat je lijdt aan ‘psychische bodemloosheid’. Je psychische bodem is dan niet stevig genoeg ontwikkeld, waardoor het voelt alsof al je inzichten of beoefeningen door een gat vallen en ze niet opbouwen als bouwsteentjes op een fundament.

Dat maakt het extra moeilijk om iets wat jij weet dat goed voor je is, vol te houden. De motivatie moet dan uit je wilskracht komen en dat is op een gegeven moment te zwaar. Elke nieuwe oefening waaraan je zo enthousiast begint, laat je na niet al te lange tijd weer gaan. De motivatie ontstaat niet vanzelf uit de ervaring dat het echt iets goeds met je doet en dit maakt dat de oefening van zichzelf die ‘trekkracht’ niet krijgt, die het anders wel zou krijgen. Hoe begrijpelijk als je dan regelmatig uitroept: ‘Waarom houd ik dit weer niet vol?!!’ Het is zeer frustrerend en om soms wanhopig van te worden.

Hoe dit komt:

Een kind heeft veel spiegeling en (emotionele) aanwezigheid van buitenaf, dus van de ouders nodig om een stevige psychische bodem te ontwikkelen, waarin het voelt: dit ben ik. Een kind heeft nodig dat het zich gezien en gehoord voelt in haar/zijn behoeften en dat die vervuld worden, dat lastige emoties er mogen zijn en gereguleerd worden, dat wensen gerespecteerd worden vanuit een gezonde begrenzing, het heeft liefde, aandacht, erkenning, bevestiging, waardering, aanmoediging, steun, troost, geruststelling, begeleiding en respect nodig. Dat is veel, maar vooral is nodig een liefdevolle verbinding, echt contact, met een emotioneel gezonde, aanwezige moeder, vader of andere primaire verzorger, met andere woorden een gezonde hechting. Als die hechting goed genoeg is (en deze hoeft dus niet perfect te zijn), ontwikkelt het kind een gezond zelfgevoel, een gezonde psyche, en daarmee (zelf)vertrouwen en positieve gevoelens.

Als het tekort komt aan echte aandacht, gezien worden en verbinding, geeft dat telkens weer een hechtingstrauma of  – kwetsuur. Dat is zo onverdraaglijk voor het kind, dat het zich afsplitst van deze pijn én van dat deel dat dit ervaart, het authentieke zelf. Dan ontstaat het geconditioneerde zelf, of anders gezegd, de persoonlijkheid. (Dit kun je later ook je innerlijke kind noemen.) Deze persoonlijkheid verbergt dus de pijn van het gemis aan echte, liefdevolle verbinding en ontwikkelt een strategie om die alsnog te verwerven.

Gevolgen voor je gevoel, je relaties en je brein

1. Gevoel. Het contact met jezelf, je wensen, gevoelens, behoeften raakt min of meer verloren, afhankelijk van de ernst van het tekort. Je hebt dan een onderliggend gevoel van onbestemde angst, geen basisvertrouwen in jezelf en in het leven, je voelt je vaak eenzaam, of soms felle boosheid, leegte en het niet weten wat je wilt en nodig hebt. Soms is het alsof je onzichtbaar bent en alleen, zonder hulp, in het leven staat. Dat voelt heel onveilig.

2. Relaties. Het wordt dan heel moeilijk om goed voor jezelf te zorgen, te vragen om wat jij nodig hebt en aan te geven wat je niet wilt. In deze onzichtbaarheid weet je niet goed hoe je behandeld wilt en zou moeten worden. En dat maakt je heel gevoelig voor alle vormen van misbruik en geweld in elke soort relatie. Ook ten opzichte van spiritueel leraren, sekten of guru’s. Deze gevoeligheid is een typisch kenmerk van iemand met een psyche zonder stevige bodem.

3. Brein. Een onveilige hechting doet ook letterlijk veel met je brein. Je brein staat door het tekort aan een veilige, authentieke verbinding voortdurend in de overleefstand: het probeert constant die verbinding en veiligheid te vinden en ontvangt steeds het signaal alsof het moet vechten, vluchten, bevriezen of aanpassen. De angst voor afwijzing en verlating is sterk en vrijwel constant aanwezig. Dat geeft een constant hoog niveau van stresshormonen. Omdat dit op jonge leeftijd al gebeurt, raakt je brein aan dit hoge stressniveau gewend en gaat incoherent functioneren.

Het hoogste stressniveau bij trauma gaat gepaard met de overtuiging: Ik red het niet, ik kan het niet en ik ben alleen! Er is grote paniek. Er is geen tijd en plaats voor emoties als verdriet. Als je door een roofdier aangevallen dreigt te worden, ga je niet huilen. Je moet je leven redden!

Zak je wat dieper naar het middelste niveau, dan is er nog steeds een probleem dat stress geeft en opgelost moet worden, maar er is hier ook de overtuiging: Ik kan het wel en er is hulp. Hier is meer ruimte voor boosheid en verdriet. In de onderste laag van het brein heerst totale ontspanning en hier is het gevoel aanwezig van vertrouwen en veiligheid en het Ik Ben.

Verklaring vanuit het perspectief van het brein

Bij mensen zonder een stevige psychische bodem wordt dus deze bodem van rust in het brein zelden bereikt. Het moge duidelijk zijn, dat als je brein gewend is aan een hoog niveau van stress en de bijbehorende overtuigingen (zoals ik ben onveilig, ik word bedreigd, ik kan elk moment afgewezen worden, ik moet het goed doen, etc.), het heel moeilijk zo niet onmogelijk wordt om een meditatieve (‘non-duale’) staat te bereiken of op het leven te vertrouwen. De ‘sprong’ is te groot. Het lastige is, dat het je in eerste instantie niet eens opvalt dat je leeft vanuit een zo hoog stressniveau, omdat je er volledig aan gewend bent. Je hebt weinig of geen vergelijkingsmateriaal en herkent dus niet een staat van rust, zijn en vertrouwen. Je weet niet hoe dat voelt. Gemakkelijker herken je misschien de depressieve of sterk geïrriteerde gevoelens, die deze staat met zich meebrengen.

Gevolgen van psychische bodemloosheid voor een spiritueel pad

De psychische bodem

Als je mediteert met een ‘zwakke’ psyche, kunnen je gedachten of emoties eenvoudig teveel overheersen. Je kunt je er niet los van maken. Dat is niet voor niets. Je systeem geeft aan dat er wat anders nodig is, namelijk aandacht voor die gedachten en emoties totdat er een oplossing voor gevonden is. (Zie de volgende alinea’s.)

Als je een spirituele ontwikkelingsweg volgt, waarbij wordt aangeraden om je geconditioneerde persoonlijkheid los te laten en zo vaak mogelijk de ‘non-duale’ positie in te nemen, kan dat verwarrend en zelfs desintegrerend werken op een bodemloze, nog niet goed geïntegreerde psyche. Het is dus niet alleen zo dat dit soort oefeningen in dit geval niet opbouwend werkt, er schuilt ook een gevaar in. Alleen met een gezonde, goed geïntegreerde persoonlijkheid kun je waarachtig overgave beoefenen.

Een ander gevaar is dat je spirituele technieken (en allerlei vormen van interessante spirituele input) onbewust gaat gebruiken als een by-pass voor de moeilijkheden en uitdagingen des levens. Want lijkt het niet veel gemakkelijker om te gaan mediteren, dan om bijvoorbeeld te leren je
onvrede uit te spreken naar je partner en een conflict te riskeren? Als je
moeilijkheden uit de weg gaat, zal dat echter ongetwijfeld dwars gaan zitten. Een psychisch stevige bodem kweken is noeste arbeid en bij tijd en wijle oncomfortabel!

Dat gezegd hebbende is het m.i. wel heel behulpzaam om op jouw manier een staat van rust te bereiken. Wat voor jou werkt is goed. Je brein went dan aan dat gevoel van ontspanning.


Wat kun je eraan doen:

Vanuit de diepliggende, ongelukkige gevoelens wordt de zoektocht naar geluk gestart en richt zich in eerste instantie op de buitenwereld, op het verbeteren van de omstandigheden (andere baan, relatie, woonplaats, hobby, medicijnen, etc). Daar is niets mis mee en het is heel belangrijk aan die behoeften gehoor te geven. Dus ik zou zeggen: doen!

Maar bij een psyche zonder stevige bodem is ook dit soms te moeilijk en daarnaast is er meer nodig.

De twee grootste blokkades, die ontstaan in het geval van een psyche zonder stevige bodem, zijn zoals genoemd: onzichtbaarheid (voor jezelf en dus ook voor de ander) en een alleen-gevoel. Voor de onzichtbaarheid is regie nodig; voor het alleen-gevoel is liefde nodig.

Om dus die bodem stevig te krijgen is liefde en regie nodig voor je innerlijke gekwetste kind. Dat gebeurt vanuit het middelste stressniveau van het brein, waar de overtuiging is: ik kan het (regie) en er is hulp (liefde). Dus om van een hoog niveau van ‘overlevingsstress’ te komen naar de ‘bodem’ van ontspanning, vertrouwen en veiligheid, kun je in mijn ogen geen andere route nemen dan via het middelste gebied, waar de gezonde ‘ego-functies’ versterkt moeten worden.

Buik- en rugkwaliteiten

Ik noem deze aspecten van gezonde ego-functies, liefde en regie, in m’n praktijk vaak ‘buik- en rugkwaliteiten’. Je buik zit aan de voorkant, is zacht en staat voor al die kwaliteiten waarmee je in relatie kunt zijn: samenwerken, overleggen, rekening houden met, vermogen tot empathie, zorgzaamheid, mildheid, compassie, acceptatie, etc.

Je rug zit aan de achterkant, is harder en staat voor al die kwaliteiten waarmee je alleen kunt staan in het leven: je eigen (ontwikkelings)weg gaan, je eigen mening durven uitspreken, onderscheidingsvermogen, besluitvaardigheid, begrenzen en nee zeggen, weten wat je wilt, daadkracht, discipline, doelgerichtheid, vermogen tot helderheid, respect, durf, zelfreflectie, etc.

Veel mensen hebben óf hun buikkwaliteiten meer ontwikkeld, óf hun rugkwaliteiten. Als deze niet goed in evenwicht zijn en niet goed in verbinding staan met elkaar, kun je in het eerste geval gaan vervloeien met de ander: je verliest jezelf, je past jezelf te veel aan. In het tweede geval kun je teveel afstand nemen, ben je verhard en neig je tot egoïsme en overheersen. Het kan dan veel opleveren om die andere kwaliteiten te ontwikkelen. Meer evenwicht in deze kwaliteiten geeft ook een steviger psychische bodem.

Hieronder geef ik 4 tips om je psychische bodem te versterken.

Tip 1. Liefde

Het werkt enorm verstevigend om langzaamaan de hechtingsrelatie met jezelf te herstellen door dát aan jezelf, en aan je innerlijke kind, te geven wat je ooit tekort bent gekomen. Het is niet eenvoudig, want je behandelt jezelf meestal hetzelfde als je ouders jou behandelden. Dus als je bijvoorbeeld emotioneel werd verwaarloosd, besteed je in je volwassen leven ook weinig tot geen aandacht aan je gevoelens. Als jouw wensen er niet toe deden, is het later ook moeilijk om trouw te zijn aan je wensen. Als je ouders kritisch op je waren, heb je waarschijnlijk nu ook sterke zelfkritiek (al kan zelfkritiek ook andere oorzaken hebben).

Maar een goed contact met jezelf is goed te leren. Het is gewoon een vaardigheid, net als een andere taal leren. Probeer zo vaak mogelijk, vooral in het begin, het tegenovergestelde te doen van hoe jouw ouders met jou omgingen in waarin ze tekortschoten.

– In plaats van kritisch tegen jezelf praten, bijvoorbeeld, kun je ook leren bemoedigend, vriendelijk, bevestigend, troostend, waarderend en liefdevol tegen jezelf  (je tekortgekomen innerlijke kind) te praten. Zie ook het artikel Vrede, vreugde en liefde.

– Of stel jezelf regelmatig de vraag hoe je je voelt of waar je behoefte aan hebt en verwelkom dat gevoel, wat het ook is, en die behoefte.

– Als je wensen er niet toe deden, geef jezelf de ruimte om dat te doen waar je blij van wordt.

Tip 2. Regie

De andere poot is regie. Het is naast liefdevol voor jezelf zijn enorm bekrachtigend om te begrenzen en bewust besluiten te nemen. Het kleinste besluit dat je bewust neemt en waaraan je je houdt, is al versterkend. Het geeft direct op dat moment het gevoel van een psychische bodem. ‘Ik kies ervoor nu boodschappen te doen waarbij ik dit en dat koop, en daarna m’n emails te beantwoorden tot maximaal zo laat’. ‘Vanavond ga ik om 11 uur naar bed.’ ‘Vandaag ga ik iets doen aan beweging’. Om maar wat voorbeelden te noemen. Voel wat het met je doet telkens als het lukt je aan je eigen afspraak te houden en waardeer jezelf er om.

Je kunt ook je reeds genomen besluiten, hoe onbetekenend ze ook lijken, alsnog bevestigen en zo jezelf bekrachtigen. Dus bijvoorbeeld: ik wilde op die tijd opstaan, ik wilde daarna … doen, die kleding aantrekken, etc. Ook als je spijt van iets hebt kun je het voor jezelf positief verwoorden: ‘ik had dat nu anders gezegd (of gedaan), maar ik sta achter hoe ik toen besloot het te zeggen (of doen), want het was het beste wat ik toen in huis had’.

Of als je nu ergens mee bezig bent: ik wil nu schrijven (zoals nu in mijn geval), ik kies ervoor nu dit artikel te lezen,  of (…) te doen, in deze omgeving, enzovoorts. En voel dan wat dat bewuste besluit met je doet. Voel het in je lichaam: waar voel je het, hoe verandert je energie?

Je neemt dan de regie over jouw persoonlijkheid (je innerlijke kind) met al haar/zijn verschillende, vaak tegenstrijdige, behoeften en wensen en zo kom je direct in je volwassen ik terecht, je authentieke zelf. Jij bepaalt hoe je balans in al die wensen krijgt. Ik zeg ook wel eens: ‘je zet je Ik er tussen’ en zo stap je uit de geconditioneerde, automatische piloot. Wat hierbij helpt is, als je ergens de regie pakt, je gaat voelen hoe die regie voelt. Je kunt dan merken dat dat een soort kick geeft. Je hebt jezelf terug.

Het is nog meer bekrachtigend als je vervolgens pal achter je besluit gaat staan. ‘Ik besluit nu dit te doen (of te zeggen) en daar sta ik helemaal achter.’ Dus als je bijvoorbeeld besluit om nu een stukje te gaan wandelen, bevestig je dat in gedachten met: dit is wat ik nu wil. Ik wil nu niets anders doen dan hier te wandelen. Hiermee geef je je innerlijke kind alsnog die begeleiding, die het vroeger nodig had en tekort is gekomen.

Tip 3. Cognitieve gedragstherapie

Het kan heel goed helpen om de hulp in te roepen van een psycho-therapeut, die gericht is op het versterken van gezonde ego-functies. We zien namelijk vaak zelf niet hoe we met situaties omgaan en we kunnen niet buiten ons eigen kader denken.

Maar zelf kun je natuurlijk ook veel doen. Geef gedurende een aantal weken eens wat meer aandacht aan je gedrag en aan de motivatie en overtuigingen die eronder liggen. Waarom doe je bepaalde dingen? Let erop dat je niets van jezelf veroordeelt. De overtuigingen ‘ik ben onzichtbaar’ en ‘ik ben alleen en onveilig’ kunnen vaker een rol spelen dan je denkt. Ze zijn gerelateerd: Het is vroeger zo onveilig geweest om jezelf te zijn dat het later ook nog zeer onveilig voelt om zichtbaar te worden.

Voorbeelden:

  • Kijk je veel naar schermen? Misschien is de motivatie ‘even niets hoeven’. Misschien moet je wel teveel van jezelf in het dagelijks leven en mis je de behoefte aan innerlijke rust (= ik ben onzichtbaar).
  • Kom je te weinig of juist te fel voor jezelf op? (= ik ben onzichtbaar) De motivatie is misschien zelfbehoud. Waarom zou je het anders niet of te fel doen?
  • Heb je een verslaving? (= ik ben onveilig). Alleen als ik… doe kan ik ontspannen en voel ik me veilig.
  • Doe je anders als er bezoekers in je huis zijn? (= ik ben onveilig). Je doet dingen misschien om te voorkomen afgewezen te worden. (Normale gastvrijheid of wat opruimen wordt hier niet bedoeld.)
  • Geef je teveel toe aan wensen van anderen? (= ik ben onzichtbaar en onveilig) Ik doe er niet toe, mijn wensen zijn minder belangrijk, dus (motivatie) als ik niet alleen wil zijn, kan ik beter zijn/haar wensen doen.
  • Stel je steeds uit wat je echt wilt doen? (= ik ben onzichtbaar en onveilig). Je hartewens wordt misschien nog niet echt op waarde geschat of als zodanig herkend. En ook hier kan de motivatie zijn om eventuele afkeuring (of mislukking) te voorkomen.

Hoe keer je dit soort gedrag om? Daar kan tip 4 goed bij helpen.

Tip 4. De Zijnsouders

Het kan zeer behulpzaam zijn om de hulp in te roepen van krachtige metaforen, die bij jou een helder beeld en positief gevoel oproepen. In de School voor Zijnsoriëntatie wordt veel gewerkt met de metafoor van de Zijnsouders, of anders gezegd de ‘oermoeder’ en ‘oervader’ in ons. Het zijn delen van ons die verpersoonlijkheden zijn van het Zijn.

Stel je de beste, meest volmaakte moeder voor, die je maar kunt bedenken. Het kan zijn iemand die werkelijk bestaat of bestaan heeft, of een fantasie-beeld, dat maakt niet uit. Wat had jij graag voor moeder gehad? Hoe had zij jou behandeld? Hoe is zij als mens en als vrouw? Hoe ziet ze er uit? Hoe voel jij je bij haar? Geef de ‘Zijnsmoeder’ kwaliteiten als onvoorwaardelijke liefde en acceptatie, warm, betrokken, troostend, gevend, kalmerend en emotioneel stabiel en volledig ontwikkeld.

Stel je dan de beste, meest volmaakte vader voor. Neem er de tijd voor om ook bovenstaande vragen over hem te beantwoorden. Geef de ‘Zijnsvader’ kwaliteiten als wijsheid, helderheid, overzicht, leiderschap, kracht, doelgerichtheid, daadkracht, begeleidend en ook onvoorwaardelijk liefdevol, dus wel met een scherpe blik op de situatie en zien wat nodig is, maar nooit veroordelend.

Maak dan contact met ze: hoe kijken ze naar jou? Hoe zien ze jou? Wat voelen ze voor je? Misschien kun je de blik in hun ogen zien of voelen. Dan plaats je ze achter jou en laat ze over jouw schouder heen kijken, naar een situatie in je leven waar je vragen of een emotie over hebt of waarin je je gedrag wilt veranderen. Focus je op beide ‘Zijnsouders’, één voor één, en vraag aan hen hoe zij de situatie zien en wat voor advies of gebaar ze voor je hebben. Voel wat dit met je doet.

P.S. Dit is slechts een kort onderdeel van de gehele oefening, maar die geef ik hier niet weer, want deze is te moeilijk om in je eentje te doen. Daar is in mijn ogen echt begeleiding door een zijnsgeoriënteerde therapeut voor nodig. De hier beschreven oefening vraagt ook al veel training en een goede afstemming, maar ik wilde je hem niet onthouden.

Samenvattend zou ik willen concluderen, dat bij het steviger maken van je psychische bodem het belangrijkste is, dat je gaat voelen. Stel de vraag: Hoe voelt dit voor mij? Voel in je lichaam, benoem het gevoel. Zo vaak mogelijk bewust zijn van je gevoel is het kompas voor wie jij bent, welke emotie op dat moment aandacht behoeft, waar je wel en niet blij van wordt, wat je nodig hebt en waar je grenzen liggen. Voelen maakt je zichtbaar en het geeft een anker in jezelf.

Daarna komt de regie met behulp van het denken. Als je met de ‘goede ouder’ in jezelf je gekwetste innerlijke kind leert dragen en begeleiden en je jouw wensen leert vervullen, zul je je niet meer alleen of eenzaam voelen. Want de belangrijkste relatie, die met jezelf, is dan hersteld. Ik hoop dat dit artikel een bodem van begrip, hoop en tools heeft gegeven voor iedereen die de pijnlijke situatie van psychische bodemloosheid herkent in zichzelf. Nu is het aan jou. En als je denkt dat je het goed zou kunnen gebruiken: ook voor jou is er goede hulp! Je hoeft het niet alleen te doen.

Liesbet Scager – april 2019

Facebook
Twitter
LinkedIn
Google+
https://www.liesbetscager.nl/artikelen/psychische-bodemloosheid">
Volg mij via e-mail